Op 18 augustus 2022 werd verdachte samen met anderen betrapt op het aanwezig hebben van ruim 29 kilo hennep in Veenendaal. Verdachte vervoerde de hennep in een auto met een verborgen ruimte, in opdracht van anderen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde in deze zaak en veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 240 uur.
Verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit dat hij betrokken zou zijn bij voorbereidingshandelingen voor grootschalige hennepteelt in een pand te [woonplaats], omdat onvoldoende bewijs bestond voor zijn betrokkenheid bij de daarin aangetroffen goederen. De rechtbank nam de bekennende verklaring van verdachte mee in haar oordeel.
De rechtbank hield bij de strafoplegging rekening met de ernst van het feit, de grote hoeveelheid hennep, de professionele wijze van vervoer en de maatschappelijke impact van hennephandel. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de beperkte rol van verdachte, zijn leeftijd en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld. De door de verdediging aangevoerde achterdeurproblematiek werd niet meegenomen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
Daarnaast werd het voertuig waarin de hennep werd vervoerd onttrokken aan het verkeer. De rechtbank bepaalde een proeftijd van 2 jaar voor de voorwaardelijke gevangenisstraf en stelde een taakstraf vast met een vervangende hechtenis bij niet-naleving.