ECLI:NL:RBMNE:2023:1436
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.L. Gerrits
- V.C. Kool
- E.G. Jong
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in zedenzaak Lelystad
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een zedenzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meermalen seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer in Lelystad in 2007. De zaak berustte op verklaringen van het slachtoffer en een medeverdachte.
Het slachtoffer deed op verschillende momenten aangifte en legde verklaringen af, die authentiek en geloofwaardig overkwamen, maar inconsistenties en tegenstrijdigheden bevatten. De verklaring van de medeverdachte, die als ondersteunend bewijs diende, werd met terughoudendheid beoordeeld vanwege zijn eigen strafzaak en mogelijke beïnvloeding door het procesdossier.
De rechtbank concludeerde dat het ondersteunend bewijs onvoldoende was om de hoge bewijseis van wettig en overtuigend bewijs te halen. Andere aanwijzingen, zoals gedragsveranderingen en medische problemen van het slachtoffer, werden niet als specifiek bewijs voor de ten laste gelegde feiten gezien.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De uitspraak benadrukt het belang van een hoge bewijslast in zedenzaken en de zorgvuldige afweging van verklaringen en ondersteunend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde zedendelicten.