ECLI:NL:RBMNE:2023:1276

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
1610612222
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 Wetboek van StrafrechtArt. 45 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 302 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte steekpartij en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs

Op 23 januari 2022 vond een steekincident plaats waarbij het slachtoffer werd gestoken en zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen het slachtoffer met een mes te hebben gestoken en geweld te hebben gepleegd. De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken. Uit het dossier bleek dat een medeverdachte het mes gebruikte en er geen bewijs was voor nauwe samenwerking of kennis van het mesgebruik door verdachte. Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte het geweld heeft ondersteund of eraan heeft deelgenomen.

De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van verdachte, die tot op heden nihil zijn.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 20 maart 2023 in Utrecht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, zwaar lichamelijk letsel en openlijk geweld wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.106122.22 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 maart 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres], [postcode] te [woonplaats],
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 6 maart 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.E. Leeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, alsmede hetgeen mr. H. Giard, advocaat te Utrecht namens de benadeelde partij [slachtoffer], naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1
primair
op 23 januari 2022 te [plaats], samen met anderen, heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden door hem met een mes diep in de rug te steken;
subsidiair
op 23 januari 2022 te [plaats], samen met anderen, zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht aan [slachtoffer] door hem met een mes diep in de rug te steken;
meer subsidiair
op 23 januari 2022 te [plaats], samen met anderen, heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een mes diep in de rug te steken;
2
op 23 januari 2022 te [plaats], samen met anderen, openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] door hem met een mes diep in de rug te steken, te slaan en te schoppen, wat tot zwaar lichamelijk letsel heeft geleid.

3.VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan.
Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Uit het dossier blijkt dat niet verdachte, maar medeverdachte [medeverdachte] het slachtoffer met het mes heeft gestoken. Er is geen bewijs dat medeverdachte [medeverdachte] en verdachte tijdens de steekpartij bewust en nauw hebben samengewerkt.
Ten slotte is van belang dat niet bewezen kan worden dat verdachte ervan op de hoogte was dat medeverdachte [medeverdachte] een mes bij zich had, laat staan dat hij ervan op de hoogte was dat medeverdachte [medeverdachte] het mes wilde gaan gebruiken om het slachtoffer te steken.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde.
De rechtbank acht eveneens niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Uit het dossier blijkt dat aangever aanvankelijk heeft verklaard dat verdachte geweld heeft toegepast, namelijk dat verdachte hem heeft vastgepakt, een klap in zijn gezicht heeft gegeven en heeft geschopt. Bij de rechter-commissaris is aangever hier echter op teruggekomen. Hij weet niet zeker of de ‘derde persoon’ (verdachte) geweld heeft toegepast.
Verder blijkt uit het dossier dat een anoniem gebleven getuige (pagina 105) heeft waargenomen dat twee mannen het slachtoffer hebben geslagen en geschopt. De getuige zag dat er ook een derde man bij stond, maar weet niet of deze zich er ook mee bemoeide.
Verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar uit de auto is gestapt, maar niet heeft deelgenomen aan het geweld tegen het slachtoffer.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier niet is gebleken dat verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de door zijn medeverdachten gepleegde geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan, zodat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen en de rechtbank verdachte daarvan zal vrijspreken.

5.BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich ter terechtzitting als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.485,-. Dit bedrag bestaat uit € 485,- materiële schade en € 8.000,-immateriële schade, ten gevolge van het onder 1 tenlastegelegde.
De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Benadeelde partij
  • verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. P.C. Quak en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2023.
Mr. P.C. Quak is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 23 januari 2022 te [plaats], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer],
opzettelijk
van het leven te beroven,
die [slachtoffer] (met kracht) met een (groot) mes, althans met een scherp
en/of puntig voorwerp, (diep) in de rug, althans in het bovenlichaam heeft
gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid Pro 1
ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 januari 2022 te [plaats], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aan [slachtoffer],
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een geperforeerde long (waardoor een klaplong is
ontstaan) en/of een steekwond (van 13 centimeter) in de rug, althans het
bovenlichaam, heeft toegebracht door die [slachtoffer] (met kracht) met een (groot) mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (diep) in de rug, althans het bovenlichaam, te steken/ te snijden;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 januari 2022 te [plaats], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer], opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer] (met kracht) met een (groot) mes, althans met een scherp
en/of puntig voorwerp, (diep) in zijn rug, althans in zijn bovenlichaam, heeft
gestoken/gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid Pro
1. ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 23 januari 2022 te [plaats], althans in Nederland,
met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de [straat],
in elk geval op of aan een openbare weg,
openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer],
welk geweld bestond uit
- meerdere malen, althans eenmaal, met (kracht) met een (groot) mes, althans met
een scherp en/of puntig voorwerp, (diep) in de rug, althans het (boven)lichaam,
steken en/of snijden en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het
(boven)lichaam stompen en/of slaan en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het
(boven)lichaam schoppen en/of trappen,
welk geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, te weten een
geperforeerde long (waardoor een klaplong is ontstaan) en/of een steekwond (van
13 centimeter) in de rug, althans het bovenlichaam;
( art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )