Op 23 januari 2022 vond een steekincident plaats waarbij het slachtoffer werd gestoken en zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen het slachtoffer met een mes te hebben gestoken en geweld te hebben gepleegd. De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken. Uit het dossier bleek dat een medeverdachte het mes gebruikte en er geen bewijs was voor nauwe samenwerking of kennis van het mesgebruik door verdachte. Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte het geweld heeft ondersteund of eraan heeft deelgenomen.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van verdachte, die tot op heden nihil zijn.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 20 maart 2023 in Utrecht.