ECLI:NL:RBMNE:2023:1240
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek geuroverlast houtstook wegens ontbreken overmatige hinder
Eisers verzochten het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort handhavend op te treden tegen de houtrookoverlast van hun buren. Na inspecties concludeerde de Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) dat de houtstook als 'matig' werd gekwalificeerd, zonder overschrijding van wettelijke fijnstofgrenswaarden en met een correct geplaatst rookfilter.
Het college wees het handhavingsverzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat er geen overtreding van artikel 7.22 Bouwbesluit 2012 was en dat het college niet bevoegd was tot handhaving tegen houtstook. Eisers stelden dat er sprake was van onaanvaardbare hinder en verwezen naar een adviesbureau dat overschrijding van geurgrenswaarden constateerde.
De rechtbank gaf doorslag aan het deskundigenadvies van de OdrU, dat ter plaatse onderzoek deed en concludeerde dat de hinder niet overmatig was. De rechtbank oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom handhaving achterwege bleef en dat de situatie niet vergelijkbaar was met ernstige luchtverontreiniging zoals in het EHRM-arrest Fadeyeva tegen Rusland.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er was geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM Pro, noch van een overtreding van het Bouwbesluit die handhaving rechtvaardigde.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van handhaving wegens houtstookgeuroverlast wordt ongegrond verklaard.