Een besloten vennootschap is in een WHOA-procedure verwikkeld vanwege een reorganisatie en een schuld aan de Belastingdienst van ruim € 6 miljoen. De rechtbank had op 9 december 2022 een afkoelingsperiode van drie maanden gelast om de onderneming te laten voortbestaan tijdens de herstructurering.
De vennootschap heeft verzocht deze afkoelingsperiode met twee maanden te verlengen, omdat belangrijke vooruitgang is geboekt in het opstellen van het akkoord dat binnenkort aan schuldeisers wordt voorgelegd. Tevens vraagt zij een uitspraak over het voornemen om de NOW-vorderingen van UWV niet in de akkoordprocedure te betrekken, mede vanwege de beleidslijn van UWV die voorschotten volledig meeneemt bij akkoordaanbieding.
De rechtbank overweegt dat de omstandigheden die de afkondiging van de afkoelingsperiode rechtvaardigen nog steeds aanwezig zijn en dat voldoende aannemelijk is dat belangrijke vooruitgang is geboekt. Daarom wordt de afkoelingsperiode verlengd. Het verzoek om uitspraken over de NOW-vorderingen wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld over de informatieverplichting en het ontwerpakkoord nog niet beschikbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding om de homologatie van het akkoord om andere redenen te weigeren.