ECLI:NL:RBMNE:2023:1040
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning kelderuitbreiding
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum heeft verleend aan vergunninghoudster voor het verdiepen en vergroten van een bestaande kelder. Verzoeker woont in de naastgelegen woning en vreest schade aan zijn woning vanwege de werkzaamheden die al waren gestart voordat de vergunning was aangevraagd en verleend.
De voorzieningenrechter overweegt dat het starten van werkzaamheden zonder vergunning onbehoorlijk is, maar dit is geen criterium voor de voorlopige voorziening. De beoordeling richt zich op de rechtmatigheid van de vergunning en de belangenafweging tussen verzoeker en het college met vergunninghoudster.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan past binnen de planvoorschriften en dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat voldaan wordt aan het Bouwbesluit 2012, mede op basis van inspecties ter plaatse. Gezien het voorlopige karakter van het oordeel en het ontbreken van voldoende gronden om de vergunning te schorsen, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor kelderuitbreiding wordt afgewezen.