Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
elektra installatie (Lichtlijnen aanpassen)”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
i.o.v. [eiser]”.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten in juli 2020 een aanneemovereenkomst voor installatiewerkzaamheden in een winkelpand met een aanneemsom van €36.300,- inclusief btw, te betalen in drie termijnen. Eiser factureerde drie termijnen, waarvan twee volledig en tijdig door gedaagde werden voldaan. Van de derde factuur bleef een bedrag van €2.100,- onbetaald. Daarnaast factureerde eiser meerwerk van €932,91.
Gedaagde betwistte betaling van het meerwerk en stelde dat de factuur van 15 oktober 2020 volledig was voldaan, onderbouwd met een foto van een contante betaling aan een derde, [A]. Eiser betwistte dat deze betaling bevrijdend was, omdat hij nooit een bedrag van die derde heeft ontvangen en de betaling onlogisch was.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat de betaling aan de derde bevrijdend was en dat het meerwerk gegrond was omdat gedaagde niet was verschenen om dit te betwisten. De vordering van eiser werd toegewezen, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.994,79 met rente en incassokosten wegens niet voldane facturen en meerwerk.