Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 maart 2022;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte met bijlage door [aangever 1] van 24 oktober 2019, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart alle ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt
- bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een
- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen, genummerd als 1, 2 en 8 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst;
- verklaart de voorwerpen, genummerd als 3, 4, 6 en 7 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, verbeurd;
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het voorwerp, genummerd als 5 op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.