ECLI:NL:RBMNE:2022:96
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiser, senior financieel adviseur, meldde zich op 12 juli 2018 ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten en vroeg na twee jaar een WIA-uitkering aan. Verweerder kende op 9 juli 2020 een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 62,39%, later bij bezwaar verhoogd naar 64,32%. Eiser betwistte dit en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank toetste de medische rapporten van verzekeringsartsen en een door eiser overgelegde expert. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat eiser belastbaar is voor werk tot 30 uur per week met beperkingen, terwijl de expert van eiser sprak van ernstige psychiatrische aandoeningen zonder benutbare mogelijkheden. De rechtbank vond de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een ernstige psychiatrische stoornis die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat de medische beoordeling niet twijfelachtig was.
Verder werd het arbeidskundig oordeel bevestigd dat de geduide functies aansluiten bij de belastbaarheid van eiser, zonder overmatige afleiding of cognitieve overbelasting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van 64,32% arbeidsongeschiktheid.