ECLI:NL:RBMNE:2022:958
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde twee-onder-één-kapwoning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door de gemeente Amersfoort vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-één-kapwoning uit 1906, met een oppervlakte van 223 m² en een perceel van 226 m². De vastgestelde waarde bedroeg €741.000,- voor het belastingjaar 2021, gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2020.
De rechtbank heeft beoordeeld of de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. De gemeente gebruikte een vergelijkingsmethode met vier referentiewoningen in dezelfde plaats, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en onderhoudstoestand, waaronder een lagere score vanwege asbesthoudende platen op de schuur.
Eiser stelde dat de grondwaarde te hoog was vastgesteld en dat de onderhoudstoestand niet correct was meegenomen. De rechtbank oordeelde dat de taxatiematrix en toelichting van de gemeente deze punten adequaat onderbouwen. De verschillen in grondstaffels worden verklaard door het woningtypeverschil tussen de twee-onder-één-kapwoning van eiser en de rijwoningen als referentie. Eiser heeft deze uitleg niet gemotiveerd weersproken.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde van €741.000,- niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €741.000,- wordt ongegrond verklaard.