ECLI:NL:RBMNE:2022:88
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering definitieve NOW-1 subsidie wegens lagere loonsom afgewezen
Eiseres ontving een voorschot op de NOW-1 subsidie van €26.712,- op basis van een loonsom en verwacht omzetverlies. Bij de definitieve vaststelling bleek de loonsom lager dan verondersteld, waardoor de subsidie werd vastgesteld op €18.835,- en een terugbetaling van €7.877,- werd opgelegd.
Eiseres stelde dat de berekening onredelijk was omdat zij onevenredig werd getroffen door een lagere loonsom die het gevolg was van omstandigheden voorafgaand aan de coronamaatregelen. Ook voerde zij aan dat het omzetverliespercentage meegewogen had moeten worden bij de definitieve berekening en dat sprake was van een sanctie.
De rechtbank oordeelde dat de regeling expliciet voorschrijft dat bij een lagere loonsom de subsidie wordt verlaagd zonder correctie voor omzetverlies. Dit is conform de bedoeling van de regeling om werkgelegenheid te behouden. Een straf of sanctie is niet aan de orde, omdat terugvordering volgt uit niet-naleving van subsidievoorwaarden. Ook de vergelijking met werkgevers die een 13e maand of vakantiegeld ontvingen, ging niet op.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van €7.877,-. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €7.877,- aan NOW-1 subsidie wordt ongegrond verklaard.