Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
2.[eiseres sub 2] ,
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
3.De beoordeling
746,00(2 punten x tarief € 373,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geldlening van €10.000,00 die eiser aan gedaagde verstrekte, met een overeengekomen rente van 6,5%. Gedaagde erkent de schuld, maar betwist de rente over het contant betaalde deel van €5.000,00 en stelt een tegenvordering wegens werkzaamheden in een strafzaak.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de volledige lening met 6,5% rente verschuldigd is, omdat hij bedrijfsmatig handelde en geen afspraken zijn gemaakt om rente over het contante bedrag uit te sluiten. De tegenvordering wegens werkzaamheden is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Ook het beroep op weigering van betaling vanwege vermoeden van witwassen wordt verworpen, omdat nakoming niet onaanvaardbaar is en de onschuldpresumptie geldt.
De vordering tot terugbetaling van voorschotten voor bestuursrechtelijke procedures is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €10.650,00 aan eiser, plus proceskosten, en de vordering in reconventie wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €10.650,00 aan eiser inclusief rente, en de tegenvordering wordt afgewezen.