ECLI:NL:RBMNE:2022:774
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening binnen wettelijke termijn
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het besluit was bekendgemaakt op 6 september 2021, waardoor het bezwaarschrift uiterlijk op 20 september 2021 ontvangen had moeten zijn. Eiseres diende het bezwaar pas op 4 oktober 2021 in.
Eiseres stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat haar gemachtigde wegens dringende onvoorziene spoedomstandigheden in het buitenland verbleef en het besluit niet aan de gemachtigde was gestuurd. Ook voerde zij aan dat de korte termijn van twee weken in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig bekend was gemaakt aan eiseres en dat het enkel niet toesturen aan de gemachtigde geen geldige reden vormt voor een verschoonbare termijnoverschrijding. De gemachtigde had digitaal kennis kunnen nemen van stukken en had niet aannemelijk gemaakt niet tijdig bezwaar te kunnen indienen. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en détournement de pouvoir werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.