Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Uit het feit dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] contact hebben gehad volgt niet dat verdachte betrokken is geweest bij het tenlastegelegde.
- Uit het feit dat verdachte zijn telefoon uit had staan op het moment dat de overval werd gepleegd volgt niet dat verdachte bij de overval is geweest. Zijn telefoon stond immers de hele dag uit.
- De [straat] is niet in de buurt van de woning van verdachte. Dat de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] de zendmast aan de [straat] heeft aangestraald betekent derhalve niet dat hij bij de woning van verdachte is geweest.
- De signalementen uit de stukken in het dossier volgen zijn te algemeen om daaruit de conclusie te trekken dat het verdachte moet zijn geweest die de overval heeft gepleegd. Daar komt bij dat er geen enkele herkenning van verdachte heeft plaatsgevonden.
- Dat er foto’s van verdachte zijn aangetroffen waarop verdachte met briefgeld te zien is maakt niet dat verdachte aanwezig is geweest bij het tenlastegelegde.
- Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte valt niet af te leiden dat verdachte op de locatie van de overval is geweest.
[de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 3] ]welke ook aan de voorzijde van de winkel stond, bij haar haren werd gegrepen door een andere jongen.
[de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 1] ]opende op de begane grond met een drukknopje de deur welke weer toegang geeft tot de winkel. Ik denk dat NN2 bij deze deur bleef staan en zag dat NN1 met [slachtoffer 1] en mij naar de kassa's van de klantenservice liepen. Ik opende vanaf de ingang gezien de meest rechterkassa. Ik zag dat [slachtoffer 1] de kassa hiernaast opende. Ik zag dat NN1 aan de andere kant van de toonbank stond en een plastic tas open vasthield naast de toonbank zodat het geld er in geschoven kon worden.
[de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 3] ]stond met een man. Ik zag dat de man aan haar haren trok en ik zag dat [slachtoffer 3] zich probeerde los te rukken.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentievan
6 maanden;