ECLI:NL:RBMNE:2022:729
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens overschrijding beslistermijn kinderopvangtoeslagaanvraag
Eiseres diende op 24 december 2020 een aanvraag in bij de Belastingdienst/Toeslagen. Volgens de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) moest verweerder binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke eenmalige verlenging van zes maanden. Deze beslistermijn werd overschreden, ondanks ingebrekestelling door eiseres op 24 december 2021.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn een besluit had genomen en stelde daarom de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,- voor de periode van 7 januari tot 18 februari 2022. Tevens werd verweerder opgedragen binnen tien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank erkende de uitzonderlijke situatie rondom de kinderopvangtoeslagenaffaire als reden voor de vertraging, maar stelde ook een aanvullende dwangsom van € 100,- per dag vast voor elke verdere overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 379,50 aan eiseres en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Glerum en griffier J. Fagel op 25 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst moet binnen tien weken alsnog een besluit nemen en een dwangsom betalen.