Eiseres kreeg van het UWV een ziekengeldsanctie opgelegd met een besluit gedateerd 5 oktober 2020. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd. De rechtbank behandelde het beroep op 10 februari 2022.
De kern van het geschil betrof de vraag of het besluit binnen de wettelijke termijn was verzonden. Eiseres stelde dat zij het besluit pas op 13 oktober 2020 ontving, wat later was dan de uiterste verzenddatum. Het UWV kon niet aantonen dat het besluit daadwerkelijk op 5 oktober 2020 was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat het risico van het niet kunnen aantonen van tijdige verzending bij het UWV ligt. De ontvangststempel van eiseres werd als voldoende bewijs geaccepteerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.