Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] ,eiser,
verweerder,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, voormalig beveiliger, ontving een Ziektewetuitkering die het UWV per 22 april 2019 beëindigde omdat hij meer dan 65% van zijn vroegere loon kon verdienen. Na een eerdere uitspraak waarin het bezwaar van eiser werd gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering over beperkingen bij zitten, nam het UWV een nieuw besluit dat nu ter beoordeling stond.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende nieuwe feiten of medische gegevens aanvoert die het eerdere oordeel kunnen wijzigen. Klachten zoals vermoeidheid, misselijkheid en pijn werden niet tijdig ingebracht en kunnen niet in deze procedure worden meegenomen vanwege strijd met de goede procesorde.
De motivering van het UWV over het ontbreken van beperkingen bij zitten is volgens de rechtbank inzichtelijk en gebaseerd op medische rapporten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 april 2019 wordt bevestigd.