Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Op 29 april 2022 heeft verdachte te Utrecht geprobeerd een minderjarige wederrechtelijk van haar vrijheid te beroven en haar aan het wettig gezag te onttrekken. Getuigenverklaringen en politieprocessen-verbaal bevestigen dat verdachte het meisje bij de arm vastpakte en probeerde mee te nemen, terwijl het meisje duidelijk aangaf dit niet te willen.
De rechtbank acht de bewezenverklaring wettig en overtuigend, waarbij de tenlastelegging primair poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving betreft en subsidiair poging tot dwingen. Verdachte wordt echter ontslagen van alle rechtsvervolging omdat een psychiatrisch rapport concludeert dat hij ten tijde van het delict volledig ontoerekeningsvatbaar was door een psychotische stoornis.
De officier van justitie en de verdediging zijn het eens met deze conclusie. De rechtbank volgt dit advies en legt geen strafrechtelijke maatregel op, mede omdat verdachte op basis van een zorgmachtiging in behandeling is. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid.