ECLI:NL:RBMNE:2022:6309

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
530117 FA RK 21-2209
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 onder a EG-verordening nr. 2201/2003Art. 10:31 lid 1 BWArt. 10:31 lid 4 BWArt. 10:32 BWArt. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en erkenning huwelijk met kalenderverschil uit Eritrea

Partijen, gehuwd in Eritrea, vroegen de rechtbank om hun huwelijk te ontbinden. Er bestond onduidelijkheid over de huwelijksdatum door verschillen tussen het huwelijkscertificaat, de Basisregistratie Personen en de stellingen van partijen, veroorzaakt door het gebruik van verschillende kalenders (Geéz versus Gregoriaans).

De rechtbank stelde vast dat beide partijen meerderjarig waren ten tijde van het huwelijk, dat het huwelijk rechtsgeldig was volgens Eritrees recht en dat dit huwelijk in Nederland erkend kon worden. De minderjarige kinderen van partijen zijn betrokken bij het ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van het convenant dat de rechtbank aan de beschikking hecht.

De rechtbank verklaarde de echtscheiding uit en bepaalde dat het convenant met het ouderschapsplan uitvoerbaar bij voorraad is. De minderjarige dochter werd niet gehoord vanwege haar leeftijd volgens de Gregoriaanse kalender.

De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de toepassing van Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding, waarbij rekening is gehouden met internationale en nationale regelgeving omtrent erkenning van buitenlandse huwelijken.

Uitkomst: De rechtbank sprak de echtscheiding uit en erkende het huwelijk ondanks kalenderverschillen, met opname van het convenant met ouderschapsplan in de beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/530117 / FA RK 21-2209
Beschikking van 20 mei 2022 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de man] ,
volgens de huwelijksakte genaamd
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. C. Waanders,
en
[de vrouw] ,
volgens de huwelijksakte genaamd
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C. Waanders.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van partijen, ingekomen op 2 november 2021.
1.2.
Bij het verzoekschrift is een convenant gevoegd, waarvan het ouderschapsplan deel uitmaakt.
1.3.
Op 11 januari 2022 en 1 april 2022 hebben partijen op verzoek van de rechtbank informatie verstrekt over de verschillen in de genoemde data.

2.Waar gaat het over?

2.1.
Partijen zijn in [woonplaats] (Eritrea) met elkaar gehuwd. Zij stellen dat dit op [Datum 1] 2012 was. Partijen hebben geen afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte overgelegd.
Volgens het overgelegde ‘Marriage Certificate’ van de [Organisatie] zijn zij gehuwd op [Datum 2] 2004. Deze datum heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand ook opgenomen als huwelijksdatum in de Basisregistratie personen (BRP).
2.2.
De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Eritrese nationaliteit.
2.3.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
-
[minderjarige 1], volgens het ‘Baptism Certificate’ geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats] (Eritrea), volgens de gegevens in de BRP geboren op [geboortedatum 2] 2013;
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats] ;
-
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats] .
2.4.
Partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en het convenant, waarvan het ouderschapsplan deel uitmaakt, aan deze beschikking te hechten.
2.5.
Partijen hebben geen geboorteakte van [minderjarige 1] overgelegd, maar een ‘Baptism Certificate’. De rechtbank neemt aan dat de geboorteakte redelijkerwijs niet overlegd kan worden, omdat in Eritrea vaak wordt volstaan met het opmaken van een doopakte in plaats van een geboorteakte.

3.De beoordeling

Bevoegdheid
3.1.
Beide partijen hebben in Nederland hun gewone verblijfplaats. Daarom komt de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toe om op het verzoek te beslissen.
Dat volgt uit artikel 3 lid 1 onder Pro a van de EG-verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II-bis).
Rechtsgeldigheid en erkenning huwelijk
3.2.
De rechtbank moet beoordelen of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat in Nederland kan worden erkend. Artikel 10:31 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. Artikel 10:31 lid 4 BW Pro bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
3.3.
Partijen hebben een kerkelijk huwelijkscertificaat overgelegd. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat kerkelijke huwelijken in Eritrea worden erkend als rechtsgeldige huwelijken indien aan bepaalde vereisten wordt voldaan. Een van de vereisten is dat beide huwelijkspartners tijdens de huwelijkssluiting meerderjarig zijn of, nadat zij meerderjarig zijn geworden, ook gehuwd zijn gebleven.
3.4.
De rechtbank merkt ten aanzien van de verschillen in de huwelijksdatum het volgende op. Op het kerkelijk huwelijkscertificaat en in de BRP wordt als huwelijksdatum [Datum 2] 2004 vermeld. Daarvan uitgaande zou de vrouw toen twaalf jaar en dus minderjarig zijn geweest. Partijen stellen zelf op [Datum 1] 2012 te zijn gehuwd.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de Eritrese jaartelling verloopt of kan verlopen volgens de Geéz-kalender, terwijl de Nederlandse jaartelling verloopt volgens de Gregoriaanse kalender. De rechtbank gaat ervan uit dat het gebruik van verschillende kalenders het verschil in data verklaart.
Bovendien heeft de vrouw op 28 maart 2022 schriftelijk verklaard dat zij ten tijde van de huwelijkssluiting 19 jaar oud was. Dit betekent dat het huwelijk volgens de Gregoriaanse kalender in 2012 gesloten moet zijn, omdat de vrouw (volgens de Gregoriaanse kalender) in 1992 is geboren.
3.5.
Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat beide partijen meerderjarig waren ten tijde van de huwelijkssluiting en dat het huwelijk daarmee naar Eritrees recht van meet af aan rechtsgeldig was. Daarom wordt het huwelijk naar Nederlands recht vermoed rechtsgeldig te zijn. Het huwelijk kan daarom ook in Nederland worden erkend.
De uitzonderingen van artikel 10:32 BW Pro, op grond waarvan aan een rechtsgeldig gesloten huwelijk erkenning alsnog wordt onthouden, doen zich hier niet voor.
Echtscheiding
3.6.
Partijen hebben verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij hebben gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.7.
Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
3.8.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.
3.9.
Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in het aan deze beschikking gehechte convenant met ouderschapsplan. De rechtbank zal, conform het verzoek, bepalen dat het convenant met ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking.
3.10.
De minderjarige dochter [minderjarige 1] zou volgens het Eritrese doopboekje nu 16 jaar zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat ook hier geldt dat zij volgens de Gregoriaanse kalender nu 9 jaar is. Daarom is zij niet uitgenodigd om haar mening te geven over de onderwerpen in het ouderschapsplan, omdat dit pas gebeurt bij kinderen die 12 jaar of ouder zijn.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [woonplaats] (Eritrea) op
[Datum 2] 2004 dan wel op [Datum 1] 2012;
4.2.
bepaalt dat het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte convenant met ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking;
4.3.
verklaart onderdeel 4.2. voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Everaars-Katerberg, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A. Minkjan als griffier op 20 mei 2022.