Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:6243

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 mei 2022
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
16/207093-19 (vordering verlenging tbs)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met voorwaarden na brandstichting

Betrokkene is bij vonnis van 9 juni 2020 ter beschikking gesteld na een veroordeling voor brandstichting. De terbeschikkingstelling is niet gemaximeerd en is sindsdien van kracht.

De rechtbank heeft op 23 mei 2022 de vordering van de officier van justitie behandeld tot verlenging van de tbs-maatregel. Uit het verlengingsadvies van de reclassering en het Pro Justitia-rapport blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een lichte verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol, die in remissie is in een gereguleerde omgeving. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt als hoog ingeschat.

De rechtbank acht verlenging van de terbeschikkingstelling noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen en acht de maatregel proportioneel en subsidiar. De maatregel wordt met twee jaar verlengd, waarbij een voorwaarde wordt aangepast: betrokkene mag niet naar het buitenland of de Nederlandse Antillen zonder toestemming van de reclassering. Alle overige voorwaarden blijven ongewijzigd.

De rechtbank benadrukt dat betrokkene behoefte heeft aan een prikkelarme setting met veel structuur en begeleiding, en dat gezocht zal worden naar een geschikte langdurige verblijfsplek met dagbesteding en ondersteuning.

Deze beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor strafzaken van Rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene wordt met twee jaar verlengd met aangepaste voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/207093-19 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 23 mei 2022
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan de [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 9 juni 2020, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting;
  • stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 9 juni 2020;
  • de vordering van de officier van justitie van 25 april 2022, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;
  • het verlengingsadvies van [instelling] van 5 april 2022, opgemaakt door N. van Loon (reclasseringswerker) en M. de Veer (unitmanager), inhoudend het advies om de tbs te verlengen met twee jaar en één van de voorwaarden aan te passen;
  • het Pro Justitia-rapport van 28 februari 2022, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater;
  • de voortgangsverslagen over betrokkene, over de periode 9 september 2020 tot en met 9 maart 2022.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 23 mei 2022 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. E.M. ter Braak;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.G.J. Ligtenberg, advocaat te Utrecht;
- N. van Loon, reclasseringswerker.

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar en daarbij één van de voorwaarden als volgt aan te passen.
Zoals de voorwaarde was:
Niet naar het buitenland
Betrokkene gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.
Hoe de voorwaarde gewijzigd dient te worden:
Niet naar het buitenland
Betrokkene gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van de reclassering.

4.Het standpunt van de deskundige

De deskundige concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Hij acht het recidiverisico op hernieuwd gewelddadig gedrag bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling nog aanwezig. De risico’s zullen dan oplopen tot hoog.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar.

5.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd. De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen het wijzigen van de door de reclassering geadviseerde voorwaarde.

6.Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.Het oordeel van de rechtbank

Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 9 juni 2020 veroordeeld voor brandstichting.
De rechtbank heeft daarin overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van verschillende stoornissen bij betrokkene, te weten:
  • schizofrenie;
  • een licht verstandelijke beperking;
  • een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol (in remissie in een gereguleerde omgeving).
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de rapportage van de deskundige te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de reclassering en de deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies, de rapportage en het verhandelde ter terechtzitting komt naar voren dat betrokkene gezien zijn complexe problematiek behoefte heeft aan een prikkelarme setting met veel structuur en nabijheid van begeleiding. De komende periode zal gezocht worden naar een plek waar de nadruk niet meer ligt op behandeling, maar waar betrokkene langdurig kan verblijven, een dagbesteding kan volgen en veel structuur en ondersteuning aanwezig is. .
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren.
De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal daarom de maatregel met twee jaren verlengen.
De rechtbank zal daarnaast de voorwaarde betreffende het niet naar het buitenland gaan wijzigen, zoals de reclassering heeft geadviseerd.

8.De beslissing

De rechtbank:
  • verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
  • wijzigt de voorwaarde
  • bepaalt dat alle overige voorwaarden, opgelegd bij vonnis van 9 juni 2020, ongewijzigd blijven.
Deze beslissing is genomen door mr. O. Böhmer, voorzitter, mrs. E.J.W. Verhaagh en E.W.A. Vonk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis en P. Hillaert als griffiers en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2022.
Mr. Böhmer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.