Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in [verblijfplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Op 7 augustus 2022 stal verdachte een blik bier uit een winkel in een Nederlandse plaats. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte het blik bier met opzet wederrechtelijk heeft toe-eigend, mede gebaseerd op camerabeelden en verklaringen van de winkelier. De verdediging voerde aan dat verdachte dacht dat een klant het blik bier zou betalen, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank constateerde dat verdachte een strafblad heeft met meerdere diefstalveroordelingen en dat de reclassering adviseert tot oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Verdachte heeft geen psychiatrische stoornis en er zijn geen contra-indicaties voor de ISD-maatregel.
De verdediging stelde dat de rechtbank niet bevoegd was om de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te bevelen en dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel niet passend was. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de tenuitvoerlegging noodzakelijk is om verdachte te helpen, recidive te voorkomen en de maatschappij te beschermen.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen, sprak verdachte vrij van meer of anders ten laste gelegde feiten, verklaarde het bewezen strafbaar, en bepaalde dat geen aanvullende straf of maatregel wordt opgelegd. Vervolgens werd de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar bevolen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar na bewezenverklaring van winkeldiefstal.