Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstrafvan
negen maanden;
een gedeelte van drie maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- een personenauto, kenteken [kenteken] (goednummer 2854355);
- een broek (goednummer 2854543);
- een broek (goednummer gg2854554);
- een pet (goednummer 2854569);
- een trui (goednummer 2854544);
- een broek (goednummer 2854552);
- schoenen (goednummer 2854572);
- een shirt (goednummer 2854546);
- twee schoenen (goednummer 2854567);
- een slipper (goednummer 285478);
- schoenen (goednummer 2854464);
- een handschoen (goednummer 2854555).
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 433,18;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 433,18 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
(art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht)
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)