Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Verdachte is staande gehouden op grond van de Wegenverkeerswet en op die grond om zijn rijbewijs gevraagd. Korte tijd later is verdachte gevraagd om uitlevering van verdovende middelen en om controle van zijn tasje, terwijl uit het proces-verbaal niet eenduidig volgt dat op dat moment een verdenking bestond voor overtreding van de Opiumwet en op welke feiten en omstandigheden de verbalisanten een dergelijke verdenking zouden hebben gebaseerd. Op dat moment was namelijk uitsluitend sprake was van een staande houding op grond van de Wegenverkeerswet, aldus de raadsman. De vordering tot uitlevering van verdovende middelen en de daarop volgende fouillering van verdachte op basis van de Opiumwet zijn daarom onrechtmatig, zodat het daardoor verkregen bewijs, maar ook het bewijs dat daar vervolgens uit is voortgevloeid, moeten worden uitgesloten. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken.
Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden zijn verbalisanten overgegaan tot het fouilleren van verdachte op grond van de Opiumwet. De rechtbank acht bovengenoemde omstandigheden voldoende voor het aannemen van ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Opiumwet. Daar komt nog bij dat verdachte, eenmaal in de politieauto, zelf de verdovende middelen uit zijn broek heeft laten vallen, waarna het voorhanden hebben van drugs pas is geconstateerd.
wikkels met wit poeder
SIN: AAPH2247NL
Relatie met SIN: AAPH2003NL
2,98 gram
Indicatieve test: positief voor cocaïne.
SIN: AAPH2249NL
Relatie met SIN: AAPH2002NL
3,89 gram
Indicatieve test: positief voor cocaïne
2 bolletjes met wit poeder (in blauw plastic)
SIN: AAPH2246NL
Relatie met SIN: AAPD2978NL
0,96 gram
Indicatieve test: positief voor cocaïne
SIN: AAPD2977NL
Relatie met SIN: AAPH2250NL
4,19 gram
Indicatieve test: positief voor cocaïne
SIN: AAPH2248NL
Relatie met SIN: AAPH2001NL
3,29 gram
Indicatieve test: positief voor heroïne
SIN: AAPH2002NL (uit 3,89 gram wit poeder) = bevat cocaïne
SIN: AAPD2978NL (uit 0,96 gram wit poeder) = bevat cocaïne
SIN: AAPD2977NL (uit 4,19 gram wit poeder) = bevat cocaïne
SIN: AAPH2001NL (uit 3,29 gram bruin poeder) = bevat heroïne
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 en 13a van de Opiumwet;
12.BESLISSING
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- als algemene voorwaarden geldt dat veroordeelde:
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht bij vonnis van 26 juli 2019 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;
- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 100 uren;
- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie;
- verlengt de bij vonnis van 18 juni 2021 door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht aan de opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie verbonden proeftijd met één jaar;
- wijzigt de bijzondere voorwaarden, opgelegd bij voormeld vonnis van 18 december 2020, in die zin dat deze na wijziging komen te luiden dat veroordeelde: