ECLI:NL:RBMNE:2022:6046
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstand en bijzondere bijstand
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort om haar recht op bijstand en bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten in te trekken en terug te vorderen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om onmiddellijke gevolgen van het besluit te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Verzoekster stelde dat zij geen inkomen heeft en daardoor niet in haar levensonderhoud kan voorzien, met dreiging van huurachterstand en oplopende schulden. Uit de overgelegde stukken bleek echter dat verzoekster een betalingsregeling met de verhuurder heeft getroffen en dat haar bewindvoerder de huurbetalingen recentelijk kon voldoen.
Verder bleek uit bankafschriften dat verzoekster over voldoende middelen beschikt op haar leefgeld- en beheerrekening, en er was geen sprake van een acute financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie zoals een dreigende uithuisplaatsing. De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat het spoedeisend belang ontbrak en dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.