ECLI:NL:RBMNE:2022:6035
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na alcoholconstatering
Verzoeker, een vrachtwagenchauffeur, werd op 8 april 2022 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 2,277 ‰. Verweerder legde daarop een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze schorsing, met het verzoek om een voorlopige voorziening zodat hij tijdens de beroepsprocedure mocht blijven rijden.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de schorsing terecht was opgelegd op grond van dwingendrechtelijke bepalingen in de Wegenverkeerswet en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Hoewel verzoeker stelde dat de schorsing zijn inkomen ernstig aantast, oordeelde de rechter dat dit geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die de schorsing buiten toepassing zouden moeten laten.
Verder werd overwogen dat de schorsing losstaat van het strafrechtelijke traject, waarin verzoeker eerder al zijn rijbewijs was kwijtgeraakt. Verzoeker kan tijdelijk vervangend werk verrichten en behoudt zijn baan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.