ECLI:NL:RBMNE:2022:5952
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, die door verweerder is vastgesteld op € 284.000,- per 1 januari 2020. Eiser betoogt een lagere waarde van € 262.000,- en voert diverse bezwaren aan tegen de gehanteerde referentiewoningen en waarderingsmethoden.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met zes referentiewoningen, waarvan drie als goed vergelijkbaar worden beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de verschillen tussen de woning en referentiewoningen adequaat zijn verwerkt.
De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder het bezwaar tegen de verwerking van het aandeel in het VvE-reservefonds, de waardering van de tuin en de staat van de voorzieningen. Ook de door eiser aangedragen alternatieve referentiewoningen worden niet als beter vergelijkbaar erkend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 29 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.