ECLI:NL:RBMNE:2022:5891
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op 996.000 euro
Eiser ontving op 28 februari 2021 een WOZ-aanslag voor zijn woning, gelegen aan een adres in een woonplaats, met een waarde vastgesteld op € 996.000,- per 1 januari 2020. Na een ongegrond verklaard bezwaar door verweerder, stelde eiser beroep in tegen deze uitspraak. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde omgeving.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren voldoende vergelijkbaar en de gebruikte vergelijkingsmethode was transparant. Nieuwe gronden van eiser die tijdens de zitting werden ingebracht, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ligging van de woning naast een sportcomplex een waardedrukkend effect had. Ook werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was om in de uitspraak op bezwaar waardes toe te kennen aan objectonderdelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van 996.000 euro wordt ongegrond verklaard.