Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Heeft [eiseres] voldaan aan de substantiëringsplicht?
498,00(2 punten x tarief € 249,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een factuur van 19 februari 2021 voor werkzaamheden verricht in opdracht van gedaagde in 2019. Gedaagde erkent opdracht en betaling voor een deel van de werkzaamheden, maar betwist de rest en de hoogte van de kosten voor opruimwerkzaamheden.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde gehouden is het bedrag voor de erkende werkzaamheden te betalen, maar slechts de helft van het bedrag voor opruimwerkzaamheden wegens onvoldoende onderbouwing van de uren. Voor overige werkzaamheden is geen opdracht komen vast te staan, zodat betaling daarvan wordt afgewezen.
Daarnaast wordt handelsrente toegewezen vanaf 5 maart 2021 over het toegewezen bedrag en buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijk maximum. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag en de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een deel van de factuur, wettelijke rente en incassokosten, terwijl het overige wordt afgewezen.