Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 6 januari 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 31 januari 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Hoewel de standaardtermijn twee weken is, acht de rechtbank deze te kort vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen. Daarom wordt een termijn van twaalf weken gesteld, met een mogelijke verlenging afhankelijk van de termijn voor het indienen van een zienswijze.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 20 december 2022.