Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2022 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, verweerder
Inleiding
Overwegingen
‘de diepte en breedte van een hoofdgebouw/woning niet meer mogen bedragen dan de bestaande diepte en breedte’. Volgens het college moet bij de uitleg van deze planregel uitgegaan worden van het begrip ‘hoofdgebouw’ dat in de planregels is gedefinieerd als
‘een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken’. De aanbouw, waarop de uitbouw wordt gerealiseerd, is niet als hoofdgebouw aan te merken. Door het realiseren van de aanbouw zou dan in strijd met de planregels de bestaande diepte en breedte van het hoofdgebouw worden vergroot. Het college heeft in het bestreden besluit verder toegelicht dat hij geen gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan omdat een andere uitleg van deze planregel de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan teveel vergroot en omdat het bouwplan van eisers niet past binnen de beleidsregels voor afwijken van het bestemmingsplan. Bij de uitleg van de planregels door het college gaat de rechtbank ervan uit dat met de
‘bestaande diepte en breedte’de situatie bij inwerkingtreding van het bestemmingsplan wordt bedoeld.
‘een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding’. De aanbouw valt daar volgens eisers wel onder. Het realiseren van een opbouw op de aanbouw leidt daarom niet tot een vergroting van de diepte en breedte van de woning en is niet in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft daarom de omgevingsvergunning ten onrechte geweigerd.
‘…woningen met aan- en uitbouwen en bijgebouwen.’. Daaruit volgt dat een woning volgens het bestemmingsplan niet zonder meer ook de aan- en uitbouwen betreft. Gelet op het voorgaande geven de planregels naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijkheid op de vraag of de aanbouw van eiseres in strijd is met het bepaalde in artikel 18, onder e.
‘een aangebouwd gebouw dat in bouwkundig en/of architectonisch opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.’. De aanbouw van eisers voldoet aan deze definitie. De aanbouw bestaat uit één bouwlaag met een plat dak die is aangebouwd tegen een gebouw van twee bouwlagen met een kap. Dit betekent dat de aanbouw in elk geval in architectonisch opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. Of er in 1923 en daarna wel of niet een tussendeur was tussen de woning en de aanbouw, en of de aanbouw in de loop der jaren een woonfunctie heeft gekregen, is gelet hierop niet relevant.