ECLI:NL:RBMNE:2022:5154

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 november 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
C/16/547094 / JE RK 22-1840
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige in kwetsbaar gezinssysteem

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling (OTS) van een jong kind binnen een samengesteld gezin met meerdere kinderen, vanwege zorgen over het gezinssysteem. Uit het rapport bleek echter dat er geen concrete kindsignalen waren die duidden op een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind.

De ouders waren het niet eens met het verzoek en gaven aan dat het kind zich goed ontwikkelt en baat heeft bij rust. De gecertificeerde instelling ondersteunde het verzoek van de Raad. Tijdens de zitting werd duidelijk dat het kind opgroeit in een complexe en hectische gezinssituatie, maar dat de ouders hard werken aan het voorkomen van escalaties en dat er geen concrete bedreiging voor het kind is.

De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling niet waren vervuld, omdat het kind zelf geen ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervindt en de ouders in staat zijn de opvoeding te dragen. Het verzoek tot ondertoezichtstelling werd daarom afgewezen.

De beslissing werd mondeling uitgesproken op 14 november 2022 en schriftelijk vastgesteld op 2 december 2022. Hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/547094 / JE RK 22-1840
Datum uitspraak: 14 november 2022
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Midden Nederland,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de Raad,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1],
hierna: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 2],
hierna: de vader,
wonende te [woonplaats] .

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlage(n) van de Raad van 31 oktober 2022, ingekomen bij de griffie op 31 oktober 2022.
1.2.
Op 14 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- de vader;
- de moeder;
- de heer [A] namens de Raad;
- mevrouw [B] namens de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam (hierna: de GI).

2.Waar gaat het over?

De feiten
2.1.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] wordt uitgeoefend door de ouders.
2.2.
[minderjarige (voornaam)] woont bij zijn ouders.
Het verzoek
2.3.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] voor de duur van twaalf maanden. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar het rapport van de Raad.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de Raad dat er op dit moment geen kindfactoren aanwezig zijn. Echter is [minderjarige (voornaam)] is onderdeel van een gezinssysteem waarover zorgen bestaan. [minderjarige (voornaam)] is nog maar erg jong en daarom volledig afhankelijk van zijn ouders. Hij kan het niet aangegeven als hij last heeft van de situatie. Niet uitgesloten is dat die kindsignalen er zullen komen als de situatie niet verbetert binnen het genoemde systeem. Voor de Raad is verder van belang dat de gezinsvoogd die betrokken zal zijn bij de andere kinderen van moeder, aan de slag kan gaan met het hele gezinssysteem. Het is van belang van ook [minderjarige (voornaam)] dan wordt meegenomen omdat hij ook onderdeel is van dat systeem. Wellicht dat een ondertoezichtstelling niet het juiste middel is, maar voorkomen moet worden dat als de zorgen toenemen dat [minderjarige (voornaam)] niet de hulp kan krijgen die hij nodig heeft.
Wat vinden de ouders?
2.4.
De moeder is het niet eens met een ondertoezichtstelling. Zij heeft door een eventuele ondertoezichtstelling het gevoel dat zij geen goede moeder is en dat zij faalt in haar moederschap. De ouders helpen elkaar en zij zijn voldoende in staat om met elkaar in het belang van [minderjarige (voornaam)] te overleggen.
De vader vindt een ondertoezichtstelling niet nodig. Hij vindt dat [minderjarige (voornaam)] zich goed ontwikkelt en dat er verder geen zorgen over hem zijn. [minderjarige (voornaam)] is gebaat bij rust. De vader is bang dat een ondertoezichtstelling voor onrust zal zorgen.
Wat vindt de GI?
2.5.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad.

3.De beoordeling

3.1.
De kinderrechter stelt voorop dat een ondertoezichtstelling van een kind een ingrijpende maatregel is die alleen maar mag worden genomen als aan alle wettelijke vereisten is voldaan.
3.2.
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(s) de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet genoeg accepteren of dat het hen niet lukt de hulp in te zetten. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen. [1]
3.3.
De kinderrechter begrijpt en onderschrijft de zorgen die de Raad in zijn onderzoeksrapport verwoordt. Zij ziet dat [minderjarige (voornaam)] is geboren in een complexe context, eerst als buitenechtelijk kind van de moeder, en nu als enig gezamenlijk kind in een samengesteld gezin met nog zeven kinderen. [minderjarige (voornaam)] ’s eerste levensjaar speelde zich af in een onrustige omgeving, zowel in het oude gezin van de moeder als in het huidige samengestelde gezin.
De kinderrechter vindt, net als de Raad, dat [minderjarige (voornaam)] is opgegroeid in de hectische gezinssituatie en dat de context (de mensen om hem heen) een bedreiging kan vormen in zijn ontwikkeling.
Uit het rapport van de Raad blijkt dat [minderjarige (voornaam)] een kwetsbare ontwikkeling heeft doorgemaakt vanwege het ontbreken van rust, regelmaat en veiligheid in de opvoedsituatie bij moeder en haar ex-echtgenoot. Ook over de opvoedsituatie bij de ouders zijn er zorgen. Er zou sprake zijn van huiselijk geweld. Tijdens de mondelinge behandeling hebben ouders toegegeven dat er aan het begin van hun relatie wel eens sprake was van spanningen, en dat er één keer sprake is geweest van een escalatie. Die spanningen hadden te maken met het samenvoegen van de twee gezinnen tot één samengesteld gezin van in totaal acht kinderen. De afgelopen periode hebben beide ouders hard gewerkt en goede afspraken met elkaar gemaakt om te voorkomen dat de situatie weer escaleert.
De positie van [minderjarige (voornaam)] is een andere dan die van zijn oudere (half)broer en (half)zussen. Zij wonen immers bij zowel hun vader als hun moeder, tussen wie de verstandhouding al langere tijd niet goed is. [minderjarige (voornaam)] woont op één plek, namelijk bij zijn ouders. Hoewel de kinderrechter snapt dat [minderjarige (voornaam)] wel deel is van het kwetsbare gezinssysteem waar de gezinsvoogd mee te maken krijgt, vindt de kinderrechter dat gegeven onvoldoende om te kunnen spreken van een concrete, ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige (voornaam)] . Volgens de Raad zijn er geen kindsignalen bij [minderjarige (voornaam)] , en de kinderrechter vindt dat de ouders goed hebben kunnen uitleggen op welke manier zij hebben geleerd van de eerste lastige periode als samengesteld gezin. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen die de wet stelt aan een ondertoezichtstelling.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] afwijzen.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
wijsthet verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)]
af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2022 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in tegenwoordigheid van N.L.J. Hitijahubessij, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 2 december 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).