Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
- de vervanging van de deurbel van € 199,-;
- de aanschaf van een nieuwe simkaart van € 20,-;
- de tetanusprik van € 22,41;
- het bedrag dat aangever aan verdachte en zijn mededaders heeft betaald van € 750,-;
- de helft van de gevorderde parkeerkosten van € 29,40;
- de gevorderde reiskosten van € 52,68.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van acht maanden;
geldboete van € 200,-,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van vier dagen;
proeftijd van twee jarenvast;
- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.073,49 (bestaande uit € 1.073,49 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade) voor het onder subsidiair bewezenverklaarde feit;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 2.073,49 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.