Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Wat is er in deze zaak aan de hand?
3.De beoordeling
- Ten eerste ontstaan ongedaanmakingsverplichtingen. Zoals eerder overwogen in 3.1 en 3.2 slaagt het verweer van [gedaagde] niet en is komen vast te staan dat [gedaagde] de door hem bestelde laarzen heeft ontvangen en behouden. Een vernietiging van de kredietovereenkomst brengt mee dat [gedaagde] het ontvangen maar nog niet terugbetaalde krediet van € 163,35 moet terugbetalen. De gevorderde hoofdsom van € 163,35 is daarmee toewijsbaar.
- [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en rente. Omdat sprake is van een consumentenkredietovereenkomst, zijn die vergoedingen niet toewijsbaar.
74,00(2 punten x tarief € 37,00)