ECLI:NL:RBMNE:2022:5065

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2022
Publicatiedatum
2 december 2022
Zaaknummer
22/4089
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 4:13 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank beveelt UWV tot tijdige beslissing en legt dwangsom op wegens overschrijding beslistermijn

Eiseres heeft op 27 januari 2021 een aanvraag tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Volgens de wet moest het UWV binnen acht weken op deze aanvraag beslissen, uiterlijk op 25 maart 2021. Dit is niet gebeurd. Nadat eiseres het UWV op 8 april 2021 in gebreke had gesteld, bleef het besluit uit, ook op 3 oktober 2022 was nog geen besluit genomen.

De rechtbank oordeelt dat het UWV alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Omdat het UWV al een dwangsom van €1.442 aan eiseres heeft toegekend, wordt de hoogte van de dwangsom niet nader vastgesteld.

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €379,50. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit niet nodig is volgens de Awb.

De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder en griffier T.E.G. van Heukelom op 2 december 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen en een dwangsom opgelegd wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4089

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: N. Schenk),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv)
(gemachtigde: S.N. Westmaas-Kanhai).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep van 15 september 2022 dat eiseres heeft ingesteld omdat het Uwv volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag herbeoordeling van 27 januari 2021.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 27 januari 2021. Het Uwv moet binnen acht weken beslissen op die aanvraag. [2] Het Uwv had dus uiterlijk op 25 maart 2021 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het Uwv moet beslissen is daarom voorbij. Eiseres heeft het Uwv op 8 april 2021 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan zonder dat het Uwv een besluit heeft genomen. Op 3 oktober 2022 heeft het Uwv aan de rechtbank medegedeeld dat er op die datum nog steeds geen besluit is genomen.
4. Omdat het Uwv nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Uwv dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
5. De rechtbank bepaalt dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het Uwv. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
6. De rechtbank stelt de hoogte van de verschuldigde dwangsom niet vast, omdat het Uwv in het besluit van 14 juni 2021 de maximale dwangsom van € 1.442,- al aan eiseres heeft toegekend.
7. Het beroep is kennelijk gegrond.
8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het Uwv aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het Uwv moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,-), bij een wegingsfactor 0.5. Toegekend wordt € 379,50.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt het Uwv op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. T.E.G. van Heukelom, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.
2.Volgens artikel 4:13 Awb Pro