Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
hierna: de verdachte
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De verdachte werd verdacht van het telen van circa 399 hennepplanten en het stelen van elektriciteit in de periode april tot oktober 2016. De zaak kende een langdurige procedurele gang, waarbij het eerste verhoor plaatsvond in 2016, maar de inhoudelijke behandeling pas in 2022.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een ernstige overschrijding van de redelijke termijn, waardoor het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro werd geschonden. De verdediging had in 2020 een onderzoekswens ingediend om een huurcontract, dat door de verdachte in 2016 was overlegd, te onderzoeken. Deze onderzoekswens was door het OM niet tijdig uitgevoerd.
De rechtbank constateerde dat het OM de toezegging om dit onderzoek uit te voeren niet was nagekomen, waardoor de verdediging ernstig werd geschaad. De politiefunctionarissen konden zich door het tijdsverloop niet meer herinneren of het huurcontract ooit was ontvangen. Dit leidde tot de conclusie dat het proces niet eerlijk was verlopen.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. De tenlastelegging betrof hennepteelt en elektriciteitsdiefstal, met subsidiaire medeplichtigheid door het ter beschikking stellen van een pand.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn en schending van het recht op een eerlijk proces.