Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
mr. D.M.A. van der Zwan, en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw naar voren is gebracht.
2.TENLASTELEGGING
- hen meerdere malen te duwen
- meerdere malen te trekken aan hun lichaam of uniform
- de wapenstok van [verbalisant 2] vast te pakken en vervolgens aan die wapenstok te trekken
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.DE BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
taakstraf van 100 (honderd) uren;
- wijst de vordering van benadeelde partij [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 200,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [verbalisant 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen is betaald, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] aan de Staat € 200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade aan [verbalisant 1] is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van benadeelde partij [verbalisant 2] toe tot een bedrag van € 200,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [verbalisant 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander of anderen is betaald, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [verbalisant 2] aan de Staat € 200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade aan