ECLI:NL:RBMNE:2022:4765
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €1.193.000,- per 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €990.000,- voor. De gemeente handhaaft de vastgestelde waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vergelijkingswoningen worden gebruikt.
De rechtbank beoordeelt of de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is toegepast met drie referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in grootte, perceeloppervlakte en ligging. De rechtbank volgt de toelichting van de gemeente en wijst de bezwaren van eiser af, waaronder de geschiktheid van referentiewoningen en de afwaardering van grondprijzen.
De rechtbank concludeert dat de gemeente de waarde op een juiste wijze heeft bepaald en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.193.000,- wordt ongegrond verklaard.