ECLI:NL:RBMNE:2022:4728
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning te Hilversum na beroep ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning in Hilversum, vastgesteld op €237.000,- voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. De gemeente handhaafde deze waarde na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de vastgestelde waarde overeenkomt met de waarde in het economisch verkeer.
De gemeente onderbouwde de WOZ-waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen van vergelijkbaar type en bouwperiode, verkocht rond de waardepeildatum. Eiser stelde dat recentere verkoopcijfers van woningen in hetzelfde complex beter vergelijkbaar waren, maar deze woningen waren verkocht met een recht van erfpacht en onder bijzondere voorwaarden, waardoor de koopsommen niet marktconform zijn.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente terecht gebruik heeft gemaakt van verkoopcijfers van woningen in volle eigendom, conform de fictie van artikel 17, tweede lid, Wet WOZ. Ook werd geoordeeld dat geluidsoverlast door ligging aan een drukke weg onvoldoende aannemelijk was en dat dit aspect voldoende in de referentiewoningen was verdisconteerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard en de waarde van €237.000,- blijft gehandhaafd.