Eiseres, een besloten vennootschap, vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van derdebeslagene [A] en verkrijger [gedaagde 1] nadat beslag op opgeslagen zaken was gelegd. Eiseres stelde dat [A] onrechtmatig toegang had verleend tot de beslagen zaken, waardoor deze werden meegenomen, en dat [gedaagde 1] onrechtmatig handelde door de zaken in te bouwen ondanks het beslag.
De rechtbank oordeelde dat tussen partijen sprake was van een huurovereenkomst en niet van bewaarneming, waardoor het beslag geen doel trof en [A] niet onrechtmatig handelde. Ook was niet bewezen dat [gedaagde 1] op de hoogte was van het beslag; zij handelde te goeder trouw en mocht vertrouwen op de levering van betaalde zaken zonder beslag.
De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van zowel [A] als [gedaagde 1]. De vorderingen in de vrijwaringszaak werden eveneens afgewezen, waarbij [A] werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.