ECLI:NL:RBMNE:2022:4537
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op verzoek terugkomen op besluit inzake persoonsgegevens
Eiser verzocht het college om het besluit van 6 november 2015, waarin een overzicht van zijn persoonsgegevens werd verstrekt, in te trekken en een herstelbesluit te nemen. Dit verzoek werd niet binnen de wettelijke termijn van een maand behandeld, waarop eiser beroep instelde wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn van een maand uit de AVG ook geldt voor verzoeken om terug te komen op eerdere besluiten over persoonsgegevens. Het college had niet binnen die termijn beslist en de ingebrekestelling van eiser was terecht. Het college stelde het verzoek uiteindelijk buiten behandeling vanwege het ontbreken van noodzakelijke nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen nieuwe feiten had aangevoerd die een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigden, maar slechts wijziging van documenten met persoonsgegevens wilde. Daarom was het buiten behandeling stellen terecht en verklaarde zij het beroep tegen dat besluit ongegrond.
De rechtbank legde een dwangsom van €1.442,- op voor het niet tijdig beslissen en droeg het college op binnen twee weken alsnog te beslissen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Misbruik van procesrecht werd niet vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard, een dwangsom van €1.442,- wordt opgelegd en het beroep tegen het buiten behandeling stellen wordt ongegrond verklaard.