ECLI:NL:RBMNE:2022:4454
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening compensatie kinderopvangtoeslag
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om een bedrag van € 500,- te ontvangen als compensatie voor de kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. Verweerder had dit verzoek afgewezen op grond van de compensatieregeling. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoekster niet heeft gereageerd op verzoeken om nadere stukken en onderbouwing van het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter acht het niet duidelijk of het besluit van 28 april 2022 het besluit is waartegen verzoekster bezwaar wil maken. Het beroepschrift van 6 mei 2022 wordt aangemerkt als bezwaarschrift en doorgestuurd naar verweerder. Er is dus sprake van connexiteit met een lopende procedure.
Desondanks is het verzoek afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 10 november 2022 door voorzieningenrechter P.J.M. Mol.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.