ECLI:NL:RBMNE:2022:439
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag afvalstoffenheffing wegens eenpersoonshuishouden bevestigd
Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht als belastingplichtige is aangemerkt omdat zij gebruik maakt van het perceel waar huishoudelijk afval kan ontstaan, ongeacht het feit dat zij feitelijk geen gebruik maakt van de gemeentelijke afvalinzameling.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte uitging van een meerpersoonshuishouden bij het bepalen van de afvalstoffenheffing. Na correctie is vastgesteld dat het een eenpersoonshuishouden betreft, waardoor de aanslag afvalstoffenheffing is verminderd van €322,56 naar €212,89. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar.
Wat betreft de rioolheffing stelde eiseres dat zij minder gebruik maakt van het riool omdat zij slechts vijf maanden per jaar op het perceel verblijft. De rechtbank overwoog dat de hoeveelheid afvalwaterafvoer niet relevant is voor het ontstaan van de belastingplicht, maar wel voor de hoogte van de heffing. Aangezien eiseres 1 m3 afvalwater afvoert, is de laagste tariefgroep van toepassing en blijft de aanslag van €183,51 gehandhaafd.
De rechtbank droeg verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van €49 te vergoeden. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag afvalstoffenheffing verminderd tot €212,89; de aanslag rioolheffing blijft ongewijzigd.