ECLI:NL:RBMNE:2022:433
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie terecht opgelegd wegens onvoldoende tweede spoor re-integratie
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een loonsanctie die het UWV aan eiseres heeft opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht in het tweede ziektejaar van haar werkneemster. De loonsanctie houdt in dat eiseres het loon van haar zieke werkneemster na de wettelijke wachttijd van 104 weken nog 52 weken moet doorbetalen.
Eiseres erkent voldoende inspanningen in het eerste ziektejaar, gericht op terugkeer binnen het eigen bedrijf, maar betwist dat zij in het tweede spoor de kortste route naar betaald werk heeft gevolgd. Het tweede spoor betreft re-integratie in een ander bedrijf. Eiseres heeft een traject via Xynthesis ingezet waarbij de werkneemster werd voorbereid op een functie als tolk, inclusief een taalcursus en vrijwilligerswerk. Volgens eiseres was dit de meest haalbare route, omdat andere functies vanwege taalachterstanden niet haalbaar waren.
Het UWV stelt dat er andere, snellere mogelijkheden waren die niet zijn onderzocht, en dat het vrijwilligerswerk mogelijk de belastbaarheid overschreed. De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht stelt dat niet is onderzocht of er andere functies waren die binnen de medische beperkingen sneller tot betaald werk hadden kunnen leiden. De wens om tolk te worden stond te zeer centraal, terwijl functies met minder strenge taaleisen, zoals administratieve functies, mogelijk waren geweest.
Hoewel het UWV na de loonsanctie een breder zoekprofiel heeft opgesteld en sollicitaties heeft laten doen, was dit niet eerder schriftelijk vastgelegd. De rechtbank concludeert dat de loonsanctie terecht is opgelegd omdat eiseres onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht in het tweede spoor. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de loonsanctie terecht is opgelegd.