ECLI:NL:RBMNE:2022:4305

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
546767 / HA RK 22-223
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens onjuiste inzet wrakingsmiddel

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke zaak, waarbij hij stelde dat de rechterlijke macht bevooroordeeld en partijdig zou zijn. Hij baseerde zijn verzoek op waarnemingen tijdens een zitting en informatie uit externe bronnen over vermeende politieke voorkeuren en vriendjespolitiek binnen de rechterlijke macht.

De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker het wrakingsmiddel niet correct gebruikte, aangezien hij niet concreet stelde dat de rechter zich moest onthouden van verdere betrokkenheid, maar veeleer om heropening van de zaak en schadevergoeding vroeg. Het wrakingsmiddel is echter uitsluitend bedoeld om onpartijdigheid van een individuele rechter aan te vechten.

Daarnaast stelde de wrakingskamer vast dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een individuele rechter en niet tegen de rechterlijke macht als geheel. Gezien het ontbreken van concrete feiten en de onjuiste inzet van het wrakingsmiddel verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk.

De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste inzet en gebrek aan concrete feiten.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 546767 / HA RK 22-223
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 28 oktober 2022
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker),
procederend in persoon,

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft per e-mail van 22 oktober 2022 verzocht om zijn eerder gestuurde e-mail van 12 oktober 2022 als wrakingsverzoek in behandeling te nemen. Hierbij verzoekt verzoeker om wraking van mr. M.E. Heinemann als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer C/16/539176 / FV RK 22-1103.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek

2.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
Verzoeker heeft in zijn e-mail van 12 oktober 2022 naar voren gebracht dat hem tijdens de zitting van 10 oktober 2022 in het kader van de WvGGZ een aantal zaken vreemd voorkwamen. Hij heeft de rechter het voordeel van de twijfel gegeven, want hem is via het reformatorisch dagblad en voormalig profvoetballer [A] van onder meer [voetbalclubs] nieuwe informatie bekend geworden over de politieke voorkeur van rechters en de partijdigheid en bevooroordeeldheid en vooringenomenheid. Verzoeker eist in de e-mail van 12 oktober 2022 een forse schadevergoeding voor geleden schade of om heropening of aanhouding van zijn zaak door de rechter, zodat alle door hem genoemde kritiekpunten alsnog naar tevredenheid vervuld kunnen worden. In de e-mail van 22 oktober 2022 heeft verzoeker aanvullend opgemerkt dat blijkbaar de complete rechterlijke macht van bevooroordeeldheid, vooringenomenheid, fascisme, corruptie en vriendjespolitiek aan elkaar hangt.
2.3.
De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker weliswaar aangeeft dat hij de rechter wil wraken wegens het vreemde verloop van de zitting en aannames zijnerzijds over de rechterlijke macht in het algemeen, maar dat hij daarmee kennelijk niet heeft bedoeld dat de rechter zich moet onthouden van verdere betrokkenheid bij zijn zaak. In zijn e-mail van 12 oktober 2022 eist hij immers een schadevergoeding of een heropening of aanhouding van zijn zaak door de rechter. Het wrakingsmiddel is hier echter niet voor bedoeld. Gelet hierop is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek van verzoeker niet-ontvankelijk is.
2.4.
Verder overweegt de wrakingskamer dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de zaak behandelt. Voor zover het wrakingsverzoek is bedoeld te zijn gericht tegen de rechterlijke macht in haar geheel, is verzoeker in dit wrakingsverzoek daarom eveneens niet-ontvankelijk.
2.5.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 2.1.4 in samenhang met onderdeel 2.4.2.c, van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team familierecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/539176 / FV RK 22-1103 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. LC. Michon en mr. J.P. Killian, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. K.S. Smits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.