Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 22 september 2022 in de hoofdzaak;
- de reactie op het wrakingsverzoek van de rechter, mr. I.L. Rijnbout van 27 september 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele zaak, stellende dat hij als buitenlander niet gelijk werd behandeld en dat de rechter niet naar hem wilde luisteren, wat hij als discriminatie ervoer.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij werd beoordeeld of er sprake was van een objectief gerechtvaardigd vermoeden van partijdigheid of onpartijdigheidsschending.
Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak bleek dat de rechter verzoeker en zijn gemachtigde meerdere malen de gelegenheid had gegeven om hun standpunten toe te lichten. Er waren geen aanwijzingen dat de rechter anders had gehandeld dan bij andere rechtzoekenden.
De wrakingskamer concludeerde dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was opgeschort.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.