ECLI:NL:RBMNE:2022:424
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verminderde verwijtbaarheid werkloosheid bij WW-uitkering
Eiser vroeg een WW-uitkering aan per 1 januari 2021. Het Uwv wees de uitbetaling aanvankelijk af vanwege verwijtbare werkloosheid, omdat eiser zelf ontslag had genomen bij zijn ex-werkgever. Na bezwaar verklaarde het Uwv het bezwaar gegrond, maar paste een korting toe wegens verminderde verwijtbaarheid.
Eiser betwistte deze korting en stelde dat hij een dienstverband van 13 weken was aangegaan bij een nieuwe werkgever met meer uren, en dat er sprake was van een reëel vooruitzicht op een langdurig dienstverband. De rechtbank overwoog dat geen reëel vooruitzicht bestond op een dienstverband van ten minste 26 weken, mede vanwege de coronacrisis en het kortlopende contract.
De rechtbank vond dat het Uwv de persoonlijke beweegredenen en het risico van eiser zorgvuldig had afgewogen en dat de kwalificatie van verminderde verwijtbaarheid terecht was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de korting op de WW-uitkering van kracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de WW-uitkering wegens verminderde verwijtbaarheid blijft van kracht.