ECLI:NL:RBMNE:2022:4179
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor urgentieverklaring sociale huurwoning op medische gronden
Verzoeker diende op 8 maart 2022 een aanvraag in voor urgentie bij de toewijzing van een sociale huurwoning op medische gronden vanwege de allergieën van zijn dochter en de onveilige woonsituatie bij zijn ouders. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen wees deze aanvraag op 4 mei 2022 af omdat verzoeker niet voldeed aan de randvoorwaarden uit de Huisvestingsverordening en onvoldoende had gereageerd op passend woningaanbod.
Verzoeker stelde dat hij sinds 14 mei 2022 dakloos is en dat het gezin niet gesplitst kan worden in de maatschappelijke opvang, wat een noodsituatie zou vormen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang, maar dat het verzoek om voorlopige voorziening slechts kan worden toegewezen indien nagenoeg zonder twijfel vaststaat dat urgentie moet worden verleend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de ontstane woonsituatie voorzienbaar was, gezien de omstandigheden bij het inwonen bij de ouders en de medische klachten van de dochter. Ook was onvoldoende aangetoond dat verzoeker adequaat had gereageerd op woningaanbod. Het beroep op de hardheidsclausule en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd niet voldoende onderbouwd. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange op 12 juli 2022 en bindt niet in een eventuele bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot het verkrijgen van een urgentieverklaring wordt afgewezen.