ECLI:NL:RBMNE:2022:4175
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van woning aan een adres in woonplaats
Verweerder heeft de WOZ-waarde van de woning aan een adres in woonplaats vastgesteld op €898.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €860.000,- voor. De rechtbank heeft de onderbouwing van verweerder, bestaande uit een taxatiematrix en toelichting, beoordeeld en acht deze voldoende om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser voerde aan dat bouwplannen voor zestig sociale huurwoningen achter de woning een waardedrukkend effect zouden hebben, maar heeft dit onvoldoende concreet en onderbouwd aangetoond. Ook het argument dat de ligging van referentiewoningen gunstiger zou zijn, wordt door de rechtbank verworpen op basis van de vergelijkende waardebepaling per vierkante meter.
Daarnaast is het standpunt van eiser dat de praktijkruimte in slechte staat verkeert en daardoor minder waard zou zijn, door verweerder reeds meegenomen in de waardering. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.