Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
plaatsenvan de gegevens van eiser op de lijst nodig is voor het vervullen van een wettelijke verwerkingsverplichting. Op de secretaris van verweerder rust namelijk op grond van artikel 8b van de Advocatenwet de wettelijke plicht om gegevens te publiceren van advocaten aan wie een onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd. Dat is bij eiser het geval. Het maakt in dat verband niet uit dat eiser – vanaf circa een maand na de oplegging van de maatregel – geen advocaat meer was. Zoals hierboven is geoordeeld, doet dat namelijk niet af aan de verplichting om zijn gegevens op de lijst te plaatsen. Het plaatsen van de gegevens van eiser op de lijst is daarom met andere woorden nodig om te voldoen aan een wettelijke verplichting.
houdenvan de gegevens van eiser op de lijst. Er staat namelijk niet in artikel 8b van de Advocatenwet dat en zo ja, voor welke duur de gegevens geplaatst moeten blijven. Het gepubliceerd houden van de gegevens is daarom niet nodig voor het voldoen aan een wettelijke verplichting. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Het zou wel nodig kunnen zijn voor het vervullen van een taak van algemeen belang. Het gepubliceerd houden van eisers naam op de lijst is namelijk nodig in het belang van het vertrouwen in de integriteit van de advocatuur en de zuiverende werking binnen de beroepsgroep. Deze doelen zijn doelen die de wetgever voor ogen had, zowel bij openbaarheid op grond van artikel 8a, tweede lid, als, met name, bij openbaarheid op grond van artikel 8b van de Advocatenwet. Deze doelen zijn ook nog relevant in het geval van eiser, die is geschrapt van het tableau en niet meer als advocaat werkt. Dat voor eenieder zichtbaar is dat aan advocaten, als zij in functie zijn, maatregelen worden opgelegd als zij tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, geeft aan de samenleving en aan beroepsgenoten een signaal dat wordt gehandhaafd op de naleving van (beroeps)normen. Dat een oud-advocaat niet meer als advocaat werkt, betekent niet dat het gepubliceerd houden van zijn persoonsgegevens op de lijst niet meer bij zou dragen aan deze doelen. Hoewel de omstandigheid dat eiser zich heeft laten schrappen van het tableau en dus niet meer als advocaat werkt er wel toe heeft geleid dat niet meer op het tableau voor eenieder zichtbaar is dat aan hem een maatregel is opgelegd, valt dit onderscheid te verklaren. Openbaarheid op grond van artikel 8a, tweede lid, is met name bedoeld om (potentiële) cliënten kennis te kunnen laten nemen van opgelegde maatregelen, terwijl van openbaarheid op grond van artikel 8b met name een preventieve werking uitgaat. Het eerste doel is minder tot niet meer relevant bij een uitgeschreven advocaat, terwijl het tweede doel ook nog bij een uitgeschreven advocaat relevant is. De persoonsgegevens worden door ze gepubliceerd te houden dus verwerkt ter vervulling van de taak van algemeen belang.