ECLI:NL:RBMNE:2022:401
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen financiële bijdrage advocatenwet niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Nederlandse Orde van Advocaten waarin een financiële bijdrage voor 2021 werd opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen de beschikking van 19 januari 2021, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank constateerde dat de beschikking digitaal naar het zakelijke e-mailadres van eiser was verzonden en dat eiser deze ontvangst niet betwistte. Gezien eerdere communicatie via dit e-mailadres, oordeelde de rechtbank dat eiser impliciet kenbaar had gemaakt dat hij elektronisch bereikbaar was. Hierdoor was de digitale verzending rechtsgeldig en begon de bezwaartermijn op dat moment te lopen.
Eiser stelde dat de beschikking pas op 5 juli 2021 per post was ontvangen en dat zijn bezwaar tijdig was ingediend. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat eiser geen verschoonbare reden had voor de termijnoverschrijding. Eiser had immers al op 31 maart 2021 gereageerd op een betalingsherinnering, wat een mogelijkheid bood om eerder bezwaar te maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de financiële bijdrage.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.